zaterdag 23 april 2011

Australie deel 1: Koala’s en kangaroes

Voordat we jullie vertellen over Australi├ź, willen we even een speciaal dankwoord wijden aan de vriendelijke mensen van Air New Zealand. Ze waren zo fijn om maar liefst 23 kilo bagage (WHOEHAA!!) per persoon gratis te vervoeren, en daarvan hebben wij dankbaar gebruik gemaakt. Zo konden onze in NZ aangeschafte campingstoelen en XXL strandmat gewoon in de bagage mee – zonder extra kosten. We sjouwden ons wel een breuk natuurlijk, maar gratis is gratis he :-)

Vol beladen kwamen we aan in het warme Brisbane. In plaats van de bus namen we maar de shuttle naar het hostel, dan werden we tenminste voor de deur gedropt. Het hostel viel een beetje tegen (of misschien waren we er gewoon te oud voor….), het was vooral leuk voor feestende jongeren. Niet echt geschikt voor een goede nachtrust zeg maar.

Brisbane is een leuke levendige stad en aangezien het zondag en mooi weer was gingen we naar een park aan de rivieroever. Het park zat nu weer in de lift, na de overstromingen van enkele maanden geleden.  Pech voor ons dat we geen zwemkleding bij ons hadden, want er was een soort openluchtzwembad. In Australie zijn mensen zich erg bewust van het gevaar van zonnestraling, dus bijna alle kinderen zwemmen in een soort surfpakje in plaats van een zwempak. Wij smeerden ons nog maar even extra in.

Op maandag was het tijd om ons nieuwe ‘huisje ‘op te halen, onze Spaceship camper. Bij het ophaalpunt troffen we nog een paar aardige Canadezen, die ons spontaan hun Camps 6 boek gaven. Hierin staan alle goedkope campings, en we hadden net onze hersens gepijnigd hoe we dit dure boek (60 euro) ergens tweedehands gingen kopen. Met boek op zak gingen we dus op weg, naar Noosa.  Dit is een vakantiedorpje ongeveer 150 km ten noorden van Brisbane. We hadden gehoord dat dit het beste beginpunt was voor een tripje naar Fraser Island. Daar aangekomen boekten we snel een excursie voor de volgende dag, we waren nog net op tijd om mee te kunnen.

Het was vroeg dag, want al om 06:25 werden we opgehaald, met een heel speciaal voertuig. Het was een 15-persoons bus, maar een 4x4 met hele dikke wielen. Nadat we Noosa uit waren, gingen we met de bus direct over het strand rijden, naar Rainbow Beach. Hier hebben de zandrotsen heel bijzondere kleuren.

Daarna ging de bus op het Megense pontje. Denk nu niet dat er een aanlegsteiger was ofzo, de pont meerde gewoon aan op een zandplaat. Na een oversteek van 10 minuten stonden we dan eindelijk op het beroemde Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. Hier gingen we over de 75-mile beach, de chauffeur crosste er aardig op los. Na enkele tientallen kilometers strand gingen we rechtstreeks het regenwoud in, hier moest de 4x4 flink werken (en onze ruggenwervels ook). Rond 11 uur kwamen we bij het McKinsey meer, een van de helderste meren ter wereld. Je kon letterlijk de zandkorrels op de bodem zien door het water, heel mooi.

De inwendige mens had inmiddels flinke honger, die gestild werd met een uitgebreide (home-made) BBQ. Omdat er wilde honden (dingo’s) in de bossen zaten, werd het eten bereid binnen een omheining (voor de safarivrienden onder ons, zoals een boma). Het hek was alleen niet hagedisbestendig, dus er kwam een 70 cm lange viervoeter even kijken of er nog wat te snoepen viel. Alle dames deden snel hun voetjes van de vloer :-) …
Na de lunch gingen we nog een stuk wandelen door het regenwoud. We zagen enorme bomen die honderden jaren oud waren. Sommige bomen werden door anderen overgroeid en zelfs verstikt. Ook waren er dikke, witte bomen die wel 7 meter per jaar groeiden. De schors kon het niet meer bijhouden.


Daarna was het helaas al weer tijd om om te keren, dat werd nog even spannend. Vanwege het hoge tij, was er maar een half uur waarin het strand begaanbaar was. De bus moest flink crossen om op tijd de pont te halen. We hoorden van andere mensen dat ze zelf een 4x4 wilden huren om op het eiland te rijden, maar op de dag dat wij gingen werd dit zelfs door de jeepverhuurders afgeraden vanwege het tij. Moe maar voldaan kwamen we ’s avonds weer bij de camping aan.

De volgende dag gingen we naar Australia Zoo. Dit is de dierentuin van Steve Irwin, de schreeuwerige krokodillenman (die uiteindelijk door een rog gestoken in zijn hart). Op aanraden van andere backpackers voegden wij ons in de file van bussen en buggy’s. Het eerste wat ons opviel was dat het vooral een dure aangelegenheid was (40 euro p.p.!) maar gelukkig had Steef nog een nieuwe studentenkaart gekocht in Bangkok :-) … Dat scheelde weer. We waren nog net op tijd voor de eerste grote dierenshow in een soort stadion, met o.a. olifanten, roofvogels, krokodillen. Met name de vogels kwamen van alle kanten en scheerden rakelings over het publiek. ’s Middag was het tijd voor het aerobicuurtje van de tijgers, die met allerlei speelgoed in beweging werden gebracht. Ze gingen dan bijvoorbeeld een soort ballon op een stokje achterna, en doken recht voor het publiek het water in. Ook weten we nu waarom koala’s zoveel slapen (nee, niet omdat ze lui zijn), dit komt door het eten van eucalyptus, wat veel energie kost om te verteren. Erik de dierenvriend heeft nog even de kangaroes kunnen voeren en aaien. Conclusie van Australia Zoo: iets leuker dan een gemiddelde dierentuin, maar financieel vooral interessant voor de achterblijvende leden van de Irwin-familie.




Erik had via internet een goede aanbieding gescoord om te gaan rijden in een echte raceauto. Dus wij gingen naar de Holden-testbaan (Holden= Opel in Australie en NZ). Er reed net een auto over de baan, beetje jammer dat hij bestickerd was met ‘Super cheap car (racing)’ (zo goedkoop was het nou ook weer niet). Gelukkig voor Erik mocht hij uit twee andere auto’s kiezen, een Ford V8 en een Holden V8. Hij dacht aan de laatste Ford van Jan (motor ontploft, lagers versleten, etc.) en ging toen voor de Holden. Eerst ging de instructeur met hem twee oefenrondjes rijden, en daarna was hij dan zelf aan de beurt. Het echte Top Gear gevoel daalde langzaam in…. Steef stond met camera in de aanslag op een stoel veilig achter het hek. Daar ging de V8, het was nog even lastig schakelen met de linkse hand en te koppelen als je al 1,5 jaar een automaat rijdt… De auto zijn tanden zijn ook weer gepoetst :-) Het startsein kwam en weg was de Holden V8 de bocht om. Hard rijden kon niet want er stond een bulldozer op de baan. Dus na de bulldozer kon het gaspedaal pas helemaal naar beneden.  Van de tweede naar de derde naar de vierde,  de flauwe bocht door het gas vast houden en na de bocht bij de pilaar vol in de remmen. Zo was het uitgelegd. Bij Erik ging het meer, gas in, van de tweede (o ja koppelen) naar de derde, nog even in de vierde en dan de bocht insturen en toch nog een beetje teveel gas geven, schuiven dat voelt niet fijn, gas los maar weer, dan voor de pilaar al de gas los en bij de pilaar rustig remmen. De tweede, derde en vierde ronde heeft het gaspedaal de bodem regelmatig gevoeld en ook het rempedaal heeft zijn werk gedaan (gelukkig). Het was echt kicken en Erik zou het zo nog een keer doen, dan wel met een V8 automaat :-) Zie hier een foto van onze stoere coureur:

Om het adrenalinepeil wat te laten zakken, reden we naar het Springbrook National Park. Dit ligt hoog in de bergen en je kunt er mooie hikes maken. We liepen achter een waterval door van 100 meter hoog!

Na het racecircuit reden we met het campertje verder langs de kust. Eerst kwamen we langs Surfer’s Paradise, maar dit was niet meer het paradijs wat het ooit wel geweest zal zijn. De skyline leek meer op Miami, en de prijzen van de campings ook. Dus gingen we door naar Byron Bay, een gezellig surfplaatsje aan de kust. Steef kon nog net een paar ‘garagesales’ meepikken, het was tenslotte zaterdag.

Bij Erik was het surfvirus langzaam wakker geworden uit een jarenlange slaap, dus hij wilde graag een les nemen. De oostkust is hiervoor heel geschikt, overal worden surflessen aangeboden. Ons oog viel op Arrawarra, een heel klein plaatsje met camping direct aan zee. Op zondagmiddag ging het wetsuit aan, en de spierballen waren duidelijk te zien ;-) De instructrice vroeg nog of het een maatje groter moest zijn. Eerst 15 minuten instructie, nu weet Erik ook wat RIP betekent, de stroom van water die terug naar de zee / oceaan gaat waar je voor op moet passen. Daarna 15 minuten droog oefenen en dat viel al tegen. Je hebt eigenlijk maar 1 kans je voeten neer te zetten in het midden van het bord, 1 voor je schouders en 1 achter je schouders terwijl je handen het board blijven vasthouden aan de zijkant. Probeer dat thuis maar eens. In het water was het nog moeilijker aangezien je ook nog moest zwemmen en snelheid maken voordat je een golf “pakte”.  Gelukkig gaf de instructrice verschillende keren een flinke zet en daar ging hij dan. Een keer of 10 heeft ie  even gestaan, wat al een hele prestatie was.

Op weg naar het zuiden kwamen we nog langs een leuk initiatief, het koala ziekenhuis van Port Macquarie. Zij vangen koala’s op die bijvoorbeeld gewond zijn geraakt door bosbranden of gebeten zijn door honden. Eigelijk veel leuker (en echter) dan de dierentuin… Wat zijn ze lief he? (Jong geleerd is oud gedaan)


Via internet hadden we nog een goede aanbieding gevonden voor een excursie naar Hunter Valley, het Stellenbosch van Australie. Op 20 april ‘s ochtends werden we met een busje opgehaald vanuit Newcastle. Tijdens het ophalen van onze medepassagiers zagen we een meneer die er even bij was gaan zitten:

Geen goed begin van de dag, haha…. In Hunter Valley aangekomen gingen we langs diverse wijnhuizen. Steef hoefde natuurlijk geen wijn (maar dat wilden we niet meteen melden natuurlijk), dus keek ze zeer ge├»nteresseerd in haar glas en rook ze er maar aan. Als niemand keek wisselden we snel het glas om…. Gelukkig kon er ook ‘smelly cheese’ en chocola geproefd worden, dus voor ieder wat wils.

Inmiddels naderde het paasweekend en wilden we naar Sydney. We belden naar de camping daar, maar dat was een kansloos project. Geen plaats natuurlijk…. Dus doorgereden naar de Blue Mountains, meer het binnenland in. We hebben al heel wat Nationale Parken gezien de afgelopen 6 maanden, maar dit was toch echt wel een hoogtepunt! Het bekendste uitkijkpunt is bij de 3 Sisters:

Ralph, je krijgt nog de groeten van ze he! De bergen hebben een soort blauwe gloed, vandaar de naam Blue Mountains. Met ons hadden nog ongeveer 1 miljoen andere mensen bedacht dat ze naar de BM gingen voor Pasen, dus om sommige plaatsen was het vrij vol. Maar het uitzicht maakt het meer dan de moeite waard zullen we maar zeggen.

Aangezien het hier al vroeg (17.45) donker is, houden we onszelf ’s avonds maar bezig op de camping. Erik experimenteert met Live Painting (ja ja mensen, een artiest in ons midden), en zie hier het resultaat:

We hopen maandag in Sydney aan te komen, dus het Opera House houden jullie van ons tegoed!


donderdag 7 april 2011

Nieuw Zeeland: De Kiwi Express deel 2

Ja mensen, we zijn er nog hoor! Het is hier moeilijk om gratis internet te vinden, dus vandaar dat jullie even moesten wachten op deze post, maar hier zijn we dan….
Met de ferry gingen we naar het zuidereiland, van Wellington naar Picton. Helaas was er weinig moois te zien onderweg, omdat er ineens heel veel mist was. Eenmaal op het zuidereiland was onze eerste stop een Nederlandse bakkerij, waar Erik een lekker roombroodje nam en Steef een kersenflap. Mmmmm, dat smaakte :-). Het weer zag er wat minder goed uit, donkere wolken pakten zich samen en leverden een spectaculaire zonsondergang op.

We besloten om naar het Abel Tasman nationaal park te rijden, om eens te zien wat er naar onze landgenoot was vernoemd. Bij het park vonden we een backpackerscamping, zodat we de volgende dag startklaar waren voor een excursiedagje. We hadden een combinatie van wandeltocht en boot geboekt, en het was fantastisch weer. De boot bleek voor Steef een beetje een pechgeval… Het was een  spectaculaire (20 persoons) speedboot, die keihard bonkte op de golven.  De gouden regel bij alle bewegende dingen is dat Steef voorin moet zitten, maar bij de jet was dit een extreem slecht idee...
Als onderdeel van de excursie gingen we langs een rots met zeehonden varen (alles voor de zeehondjes he :-) ), gelukkig had Erik nergens last van. Daarna kon onze wandeling door het park dan eindelijk beginnen. De zee was supermooi blauw en de stranden waren hagelwit. Vlak achter het strand begon het regenwoud, dus gelukkig liepen we meestal in de schaduw.


Eind van de middag gingen we weer terug met de boot, Steef was deze keer op advies van Erik helemaal achterin gaan zitten, en had het nu prima naar haar zin.
In Nieuw Zeeland zijn er langs de weg allerlei attracties te zien, dus we maakten regelmatig een spontane stop. Zo zagen we de langste hangbrug, van maar liefst 110 meter over de Buller Gorge kloof:

Na de hangbrug was  het tijd voor een bekend Nieuw Zeelands fenomeen: de gloeiwormgrotten. Op het noordereiland waren we hier niet aan toe gekomen, dus het stond bovenaan het lijstje van de must-sees. We konden kiezen uit een wandelexcursie of een raftingexcursie. Toch maar voor het wandelen gegaan.
Bij aankomst bij het evenementenbedrijf kwamen we tot de hilarische ontdekking dat wij de enigen voor de wandelexcursie waren, maar dat er 3 dames van in de zestig voor het raften gingen… (NB. Zoekt er iemand nog een moederdagidee??) Zij werden in een zeer charmante wetsuit gehesen, en we gingen allemaal samen met een treintje door het bos naar de grotten. Eenmaal binnen splitsten onze wegen zich en gingen we met de gids de grotten bekijken. Het was er stikdonker en soms werd Steef er wat claustrofobisch van, maar we zagen veel coole stalagmieten en stalagtieten.

Wel moesten we erg voorzichtig zijn met onze helm en hoofdlampje, om niet de bovenkant van de grot te raken en zo een 2000 jaar oude stalagtiet in wording van het plafond af te schrapen. Heel voorzichtig gingen we als olifanten door de porseleinkast… Aan het eind van de grotten kwamen we bij een grote opening met uitzicht op het regenwoud, het leek wel Jurassic park
:-).

Maar waar bleven de gloeiwormen nu, daarvoor waren we toch gekomen…. Op de terugweg door de grotten hebben we ze in vol ornaat kunnen bewonderen. Onze gids zei dat het bijna onmogelijk was om met een gewoon fototoestel foto’s te maken maar onze superfotograaf heeft het toch maar even mooi vastgelegd:

Groot was onze verbazing toen we de volgende dag in een andere plaats (Hokitika) kwamen, waar je gratis en voor niks de wormen kon zien ’s avonds. Waarom waren we hier niet eerder achter gekomen…. Na ja we hadden er wel een mooie grottenklimtocht aan overgehouden he….

Onze reis ging verder naar de grootste attractie van het zuidereiland: de gletsjers. Er zijn 2 gletsjers die je kan bekijken: de Fox en de Fransz Joseph (kortweg: de Fransz). Op aanraden van andere mensen gingen wij voor de minder toeristische Fox. Gelukkig was het weer op de dag van de excursie weer stralend, want het had net 2 dagen geregend. Onze gids Tom had het hele weekend vastgezeten in een berghut, waar hij vanwege het slechte weer niet meer wegkon. Op maandagmorgen had de heli hem opgehaald en na een paar koppen sterke koffie was hij weer fit genoeg om 15 mensen op sleeptouw te nemen. Er was een groot magazijn waar je allerlei warme kleren kon aandoen, dus wij namen braaf wanten mee en een regenjas (je weet nooit hier). Verder moesten we bergschoenen van het bedrijf aan, echt enorm zware. Steef denkt dat er stiekem lood inzat ;-)

Helaas gingen wij niet met de heli (a 200 euro p.p.) maar met een bus naar de berg en toen lopend over een rotspad. Er stonden allerlei bordjes dat je moest oppassen voor vallende stenen, dus we mochten niet stoppen de eerste 500 meter. We zagen rotsen in verschillende kleuren, alsof ze er speciaal voor een foto waren neergelegd.

Na ongeveer 900 meter gelopen was het tijd om de ijspinnen onder onze schoenen te binden. Het eerste stuk ging over een soort ijstrap, die iedere dag weer aanvroor en daarom weer uitgehakt moest worden. Nu kwamen de zware schoenen wel heel goed van pas, want anders waren we echt wel snel omgezwikt.

Toen we een stuk omhoog waren, hadden we fantastisch uitzicht over de gletsjer. We mochten ook om de beurt kijken in een soort kloven in het ijs, waar een heel bijzondere blauwe kleur inzat. Verder konden we door een soort tunnel, maar Steef heeft zich er maar niet aan gewaagd (teveel slipgevaar). Na een halve dag was het helaas weer tijd om te vertrekken, maar we zijn weer een hele ervaring rijker!

Ons campertje tufte hierna naar het zuiden, naar het levendige Queenstown. Voordat we hier aankwamen, gingen we nog even lunchen in Wanaka. Dit ligt aan een groot meer, dus je kon ook allerlei watersport activiteiten doen. Als echte Brabanders zagen wij een mooie ‘watertractor’, dus die kozen wij. Je gelooft het niet maar we zijn warempel droog gebleven tijdens het waterfietsen op dit ding…        

Onze wateractiviteiten waren nog niet afgelopen, want in Queenstown boekten we een relaxed tochtje op het meer. Het bedrijf heette Million Dollar Cruises maar gelukkig mochten wij voor minder mee :-)

De bekendste attractie van Queenstown is de gondola, een lift waarmee je hoog op de berg kunt om van het uitzicht te genieten. Helaas betrok het weer net toen we naar boven gingen, maar het uitzicht was er niet minder om. Let ook op de Koninklijke zwaai van Steef:

In voor Steef was het fijn dat er in Queenstown  weer naar hartelust gewinkeld kon worden. Normaal moet dit onder het motto: kijken, kijken maar niet kopen – het pas niet in de rugzak, maar hier kon er een kleine uitzondering gemaakt worden. Een winkel had namelijk de aanbieding dat je de eerste kilo gratis naar huis kon laten versturen, en dat het dan belastingvrij was. Dus wij vroegen of dit ook gold als je maar 1 kilo had? Ja hoor, dat maakte niet uit. Dus kozen we een paar leuke t-shirts van samen 20 euro, die deze vriendelijke mensen voor dit bedrag ook nog gingen opsturen met de snelle post. Niet te geloven he :-). Pap, mam, er komt dus een pakketje aan.

Erik had andere prioriteiten gevonden, namelijk vissen. Hij boekte een excursie om te vissen op het meer. De opbrengst was maar liefst 2 zalmen en 1 forel, die hij schoongemaakt mee naar huis kreeg. Deze hebben we daarna gevuld met een soort tapenade en ze in de oven gelegd. Wat een luxe, overheerlijk!

Na Queenstown moest het groene kikkertje even een sprint trekken naar Dunedin, aan de oostkust. Vanwaar deze haast? We waren op weg naar een aflevering van Sjakie, ehhh Steefie en de chocoladefabriek! We gingen namelijk naar de fabriek van Cadbury’s voor een fabriekstour. (Ja, Kim van Saskia – je had zeker met ons willen ruilen….) Wat ons direct opviel was dat de dames die er werkten er spontaan grijs haar hadden gekregen, maar dit bleek te liggen aan de haarnetjes die iedereen opmoest. Erik wist met zijn stoppelbaard gelukkig net te ontsnappen aan de baardnetjes :-).

Onze gids Sarah gaf iedereen een papieren zakje, dat tijdens de tour gevuld ging worden met chocolade. Denk nu niet dat deze ‘zomaar’ uitgedeeld werd, nee je moest onderweg quizvragen beantwoorden en iedereen die het goed had kreeg een chocolaatje. Steef werd er spontaan competitief van en probeerde alle kleine kinderen te overtreffen. Dit leverde dan ook een volle zak chocolaatjes op…  Voor de liefhebbers onder ons die ooit nog bij Cadbury’s denken te komen: onthoud het getal 731, dit gaat je bonuspunten opleveren. Aan het eind van de tour gingen we met de hele groep in een hoge silo. We moesten allemaal tegelijk hard gillen,”om een geluidssensor te activeren” jaja, en toen kwam er 1000 kilo vloeibare chocolade uit het dak naar beneden gestort. COOL! Helaas mochten we in de fabriek geen foto’s maken, maar hierbij eentje van het einde van de tour.

Dunedin is de meest ‘Schotse’ stad van NZ, en daar zijn ze trots op. En wat is er Schotser dan een kasteel? Dus gingen we naar het enige (!) kasteel in NZ, het Larnach Castle.

Wel leuk maar we hebben wel grotere kastelen gezien in Europa. Het kasteel was nu in particuliere handen, maar de huidige eigenaren hadden duidelijk problemen met het onderhoud. Wij houden het toch maar bij een bescheiden huis ;-)

In de buurt van Dunedin waren er ook hele speciale geelogige pinguins te zien, dus wij er naar toe. Ze (de Lonely Planet) waren ons alleen vergeten te vertellen dat je hiervoor eerst 45 minuten door de duinen moest struinen – in ons geval met een ijskoude wind. Steef gaf het op en ging een boekje lezen in de auto, maar Erik trotseerde de elementen en wist de pinguins vast te leggen – tot grote verbazing van andere verkleumde toeristen, die al 2,5 uur in de uitkijkhut zaten te wachten en nog niks hadden gezien.

Op zondag was het weer tijd om uit Dunedin te vertrekken, maar niet zonder dat we even langs de steilste straat ter wereld zijn gereden. Erik zette de kikker in de turbo, en we kunnen jullie vertellen dat het inderdaad erg steil was!

Ons plan was om voor Christchurch nog te stoppen bij het Banks schiereiland, maar wegens slecht weer moesten we het plan herzien. Wat nu, want in NZ is alles gericht op buitenactiviteiten… We dachten aan de fijne warmwaterbaden van Rotorua, en besloten door te crossen naar Hanmer Springs, een bergdorpje 120 km ten noorden van Christchurch. Weer of geen weer, de warmwaterbaden zijn altijd lekker warm. Een goed moment om even bij te komen van alle bezienswaardigheden zeker met een uitzicht op bergen met vers gevallen sneeuw!
Inmiddels zijn we aan onze laatste daagjes in NZ bezig en is het groene kikkertje weer ingeleverd met 3300km meer op de teller. Ook weer fijn om heel even in een gewoon bed te slapen, want in Australie kamperen we weer verder. In Christchurch zijn de gevolgen van de aardbeving nog heel goed te zien, zo is het stadscentrum nog helemaal afgesloten. Er lopen scheuren over de wegen en van sommige huizen zijn er muren naar beneden gevallen. Vannacht lagen we in bed en voelden we zelfs een naschok; dit gebeurt nog eens in de paar dagen volgens de mensen hier.Zaterdag vertrekt het vliegtuig naar Australie, en landen we in het warmere Brisbane!